Burn-out: Dansen op de rand van de afgrond

Nee, de titel van dit artikel is geen schaamteloze zelfpromotie (check dit liedje zeker even op Spotify), de afgelopen tijd danste ik letterlijk op de rand van de afgrond. Er was een arm die mij tegenhield. Het woord ‘rust’ kreeg een geheel nieuwe betekenis.

Op sociale media is het vaak een goed-nieuws-show. Prachtig allemaal. Leuk om te zien, leuk om te liken, maar eigenlijk lezen wij weinig over de schaduwkanten. Wie mij een beetje op de socials volgt, weet dat ik de afgelopen tijd erg druk ben geweest. Studie, een nieuw boek, een hoop persoonlijke omstandigheden en een hele reeks optredens. Kun je dat combineren? Ik dacht van wel. Kijk je wat realistischer naar deze situatie dan zie je waarschijnlijk al welke kant dit opgaat.

De spiegel als vijand

Eind vorig jaar was ik op. Het boek ‘Nachtgeluk’ was af. Het was een regelrechte hel om terug te kijken. Dit moest het slotstuk worden van de jaren ’10. Ik was er klaar mee en wilde dat iedereen laten weten ook. Naast wat persoonlijke omstandigheden liep mijn minor Psychologie in Leeuwarden niet geweldig. Mijn motivatie lag ergens onder in de put te huilen. De spiegel werd mijn grootste vijand. Regelmatig moest ik van vrienden horen dat ik er niet uit zag. Zelf maakte ik de grap dat ik overreden was door een vrachtwagen. Je ziet, ik was erg gezellig in de omgang.

Het voelde onnatuurlijk om telkens geïrriteerd te raken door kleine lullige dingen; appjes van vrienden te moeten negeren en plekken met hordes mensen te vermijden. Een isolement was wel het laatste wat ik kon gebruiken. Toch bleven de ramen gesloten, evenals mijn gordijnen. Een schaduwbestaan. En ineens was het 2020…

Euforie

Een nieuw jaar, nieuwe kansen, oude clichés. Door afstand te nemen van factoren die zwaar op het hart lagen werd alles een stuk lichter. Er kon gelachen worden. Op de podia in Brabant kreeg ik nieuwe energie. Euforie. Om vervolgens thuis na de optredens volledig in te storten. Dit moet anders. Nu.

Het probleem met kunstenaars is dat ze vaak eigenwijs en koppig zijn. Ik val in deze olijke categorie, maar ook dat kon ik niet toegeven. Terug in de schoolbanken begin februari ging het over afstuderen. De emmer liep niet over, de emmer werd in zee gedonderd. Voor het eerst luisterde ik naar het advies van mijn studiebegeleider. ‘’Het is misschien een beetje veel’’, zei ik. ‘’Nou haal dat ‘misschien’ en ‘een beetje’ maar weg, Vincent.’’

Rust. Neem in godsnaam rust.

De moraal

Waarom schrijf ik dit verhaal? Om ook jou te helpen. Je moet het niet zien als falen, je moet het zien als een nieuw begin. Met een lege batterij kun je niet optimaal stralen en dat is echt niet erg. Geef eraan toe en neem de ruimte. Onze generatie staat onder enorme druk. Stippel je toekomst uit, haal een rijbewijs, koop een huis, doe nog een studie, neem een bijbaan en doe leuk op sociale media. Nee, nee, nee. Laat ze maar lullen. Draai jij mee of draai jij door? Doorbreek het taboe.

Rust. Een fijn woord, een nieuwe leidraad. Meer ruimte tussen de optredens door, de studie even op pauze.

‘Laat mij dansen op de rand van de afgrond.

Tussen leven en dood.

Tussen de liefde en het rood.’

De dans ontsprongen, het liedje heeft verloren.

P.S. Ik ga wel weer optreden vanaf maart met een nieuw programma! De optredens zijn meer verspreid over de komende maanden. De speellijst komt eind volgende week online. Hopelijk tot dan!

ALLES SAL REG KOM.

Welkom in de zorg van 2018

Een scheepstoeter klinkt door mijn kamer. Ik ben meer het type voor een klassieke deurbel.  Bij voorkeur een Big Ben. Helaas, moet ik het doen met dit oorverdovende geluid. Ik weet in ieder geval dat er beneden iemand voor de deur staat. Ik hoef niet door de intercom te praten, ik weet wie het is. We hadden afgesproken. Vanavond ga ik samen met mijn vriendin dineren bij mijn ouders. Gezellig.

De koude winterwind waait door onze haren. Samen fietsen we de oude binnenstad van Kampen uit richting de gerenoveerde jaren 70 wijken. We praten over het weer, over het nieuws en wat er op tafel zal staan. Stamppot. Lekker.

We fietsen de straat van mijn ouders in, vlak langs het bejaardenhuis met de groene bierkrat-balkonnetjes. Een vreemde kleurencombinatie. Ik krijg er spontaan dorst van.

‘’Help!’’ We zien een zwaaiende hand boven het struikgewas van de parkeerplaats voor de zorginstelling. Er is duidelijk iets aan de hand. Mijn vriendin en ik snellen ons naar de parkeerplaats. Ik smijt mijn fiets op de grond en ren naar de man toe. Het is snel duidelijk dat er wat aan de hand is. Een oudere vrouw ligt op de grond, naast haar ligt een plasje bloed. Haar zoon vertelt ons hijgend dat zijn moeder was gestruikeld over een grote steen op de parkeerplaats. 86 jaar is ze.

Nee, ze heeft geen pijn zegt ze. Wel heeft ze het koud. Mijn vriendin en ik rennen het bejaardentehuis in voor hulp. We krijgen een aantal warme dekens mee en horen dat er zo iemand komt kijken op de parkeerplaats.

‘’Oef, dat ziet er niet heel goed uit. Maar ze heeft niks gebroken denk ik?’’ zegt de verzorgster. Na deze conversatie is er besloten om een ambulance te bellen. Maar de verzorgster moet direct weer door, want haar dienst gaat weer verder.

De moeder, haar zoon, mijn vriendin en ik blijven achter. ‘’Wij redden ons wel,’’ zegt de man. Mijn vriendin en ik kijken elkaar aan. We blijven. We willen zeker weten dat alles goed komt. Meer dan een uur heeft deze vrouw buiten op de koude parkeerplaats van het bejaardenhuis gelegen voordat de ambulancebroeder kwam. Af en toe vroeg een verzorgster van het bejaardenhuis of alles goed met haar ging.

Welkom in de zorg van 2018.

We fietsen verder naar het huis van mijn ouders. De stamppot zal wel koud geworden zijn.

We zijn allemaal mens

 

Het is maandagavond, Pinksteren. Ik staar glazig naar de krant van zaterdag, door mijn optredens op een festival in Zwolle had ik nog geen tijd gehad om alles goed te lezen. Aanslagen, moord en brand. Verschrikkelijk. Manchester, Kabul, Mosul, Londen. De wereld in brand.

Gisterenavond keek ik naar het concert van Ariana Grande met Coldplay, Liam Gallagher en nog een aantal artiesten in Manchester. Geen angst tonen, maar laten zien dat de wapens van liefde, muziek en verbroedering ontzettend sterk zijn.

Ik weet nog dat ik als kind geen weet had van de hele wereld om me heen. De speeltuin, de hutten en de achtertuin, dat was alles, meer moest het niet zijn. Wanneer je ruzie had met vriendjes in de buurt loste je dat weer op door het samen uit te praten. Vervolgens ging je samen lachen om de meest lullige dingen.

Waarom is het zo moeilijk? Ik kan er niet bij met mijn verstand. De machteloosheid. Ik zit hier mijn met een glas Dubbelfris in mijn hand, te luisteren naar ‘Is this the life we really want’ van Roger Waters. Deze beste man is 73 jaar, maar is kritischer dan ooit. Wat een plaat.

And you’ll find my child, down by the shore
Digging around for a chain or a bone
Searching the sand for a relic washed up by the sea

The last refugee

Weet je, die aanslagplegers, die gasten van IS, zijn ooit kinderen geweest. Kun jij je dat voorstellen? Als we nou eens kijken naar hoe alles eens begon, kunnen we dan niet leren? We zijn allemaal mensen van vlees en bloed, of je nou gelooft in God, Allah, Brahma, of het Vliegende Spaghettimonster, wat dan ook! We hebben allemaal een hart, een hart dat leven door ons lichaam pompt, een hart dat lief kan hebben.

Maar hoe in godsnaam, kunnen we alles laten kloppen?

heart-1966017_960_720