We zijn allemaal mens

 

Het is maandagavond, Pinksteren. Ik staar glazig naar de krant van zaterdag, door mijn optredens op een festival in Zwolle had ik nog geen tijd gehad om alles goed te lezen. Aanslagen, moord en brand. Verschrikkelijk. Manchester, Kabul, Mosul, Londen. De wereld in brand.

Gisterenavond keek ik naar het concert van Ariana Grande met Coldplay, Liam Gallagher en nog een aantal artiesten in Manchester. Geen angst tonen, maar laten zien dat de wapens van liefde, muziek en verbroedering ontzettend sterk zijn.

Ik weet nog dat ik als kind geen weet had van de hele wereld om me heen. De speeltuin, de hutten en de achtertuin, dat was alles, meer moest het niet zijn. Wanneer je ruzie had met vriendjes in de buurt loste je dat weer op door het samen uit te praten. Vervolgens ging je samen lachen om de meest lullige dingen.

Waarom is het zo moeilijk? Ik kan er niet bij met mijn verstand. De machteloosheid. Ik zit hier mijn met een glas Dubbelfris in mijn hand, te luisteren naar ‘Is this the life we really want’ van Roger Waters. Deze beste man is 73 jaar, maar is kritischer dan ooit. Wat een plaat.

And you’ll find my child, down by the shore
Digging around for a chain or a bone
Searching the sand for a relic washed up by the sea

The last refugee

Weet je, die aanslagplegers, die gasten van IS, zijn ooit kinderen geweest. Kun jij je dat voorstellen? Als we nou eens kijken naar hoe alles eens begon, kunnen we dan niet leren? We zijn allemaal mensen van vlees en bloed, of je nou gelooft in God, Allah, Brahma, of het Vliegende Spaghettimonster, wat dan ook! We hebben allemaal een hart, een hart dat leven door ons lichaam pompt, een hart dat lief kan hebben.

Maar hoe in godsnaam, kunnen we alles laten kloppen?

heart-1966017_960_720

Dansen in de regen

Terwijl ik glazig naar een doos tissues kijk en op een Fisherman’s Friend zuig, moet ik het toch toegeven, ik ben weer eens ziek. Wanneer ik mijn Whatsapp lees, besef ik dat ik niet de enige ben. Een gevoel van saamhorigheid bekruipt mij. Half Nederland zit nu thuis met een multi-pack zakdoekjes en tien strips Fisherman’s Friends. Gezellig.

Ik gooi mijn telefoon in een hoek en strompel naar mijn bankstel. Mezelf voortbewegen blijkt moeilijker dan verwacht. Vermoeid plof ik neer terwijl ik een slok van mijn inmiddels koude koffie neem. Productiviteit is ver te zoeken, toch besluit ik mijn laptop te pakken om een blogje te schrijven.

Toen ik nog een klein Vincentje was, vond ik ziek zijn niet eens zo erg. Ik bleef lekker liggen in mijn hoogslaper, terwijl mijn moeder een beschuitje aardbeienjam bracht. Op de achtergrond draaide een Kinderen voor Kinderen cd uit de jaren negentig. Man, wat heb ik Kinderen voor Kinderen grijsgedraaid. Geweldige teksten van onder andere Henk Westbroek en Harrie Jekkers. kindvin‘’In de wereld van je dromen speel je zelf de grootste rol’’, ik vond het geweldig. En het was ook zo, als kind kon je heerlijk wegdromen. Ik dacht na over hoe alles later zou zijn. Natuurlijk werd ik een vuurtorenwachter, het liefst op Texel.  En mocht het niet lukken, kon ik altijd nog een boek gaan schrijven over de fantastische avonturen die ik beleefde.

Nu ben ik 21 jaar en kijk ik vermoeid naar buiten, de mensen rennen door de regen. Een klein jochie van een jaar of 6, blond haar blauwe ogen, doet zijn capuchon af en kijkt lachend naar boven. Hij begint te zingen en te dansen, midden op straat, in de regen. Waren wij maar allemaal net zo wijs als kinderen, het zou het leven een stuk lichter maken. Laten we dansen in de regen en samen de kinderen zijn van de toekomst uit het verleden.

De dromer en de dwaas

Het ontstaan van een dichtbundel

Schrijven is voor mij ontzettend belangrijk, het is een uitlaatklep, iets waar ik op kan terugvallen. Ik kan niet dichten op commando, als ik dat wel doe wordt het geforceerd. Ik noem het inspiratie. Wanneer ik dat heb, vallen de woorden vanzelf op het papier. Het is prettig om dingen van je af te schrijven, soms werkt het helend,  zorgt het voor nieuwe inzichten, maar meestal geeft het gewoon een lekker gevoel, zelfs wanneer het gedicht compleet mislukt is, niet alles hoeft immers gepubliceerd te worden toch?

Creatief doodgebloed

Toen in september 2015 ‘Sporen van de zon’ uitkwam, was ik creatief doodgebloed. Dat heb je soms. Ik besloot dat ik voorlopig niks meer ging publiceren. Echter gebeurden er veel dingen in het Westen. Ik moest erover schrijven, de woorden stroomden uit mijn pen. Maar ook schreef ik over politieke dilemma`s en over de angstzaaierij in de media.

Samen met Roberto Kist, een hele goede vriend en zielsverwant, waren we onderweg met de trein naar Antwerpen. We zagen daar de heftige beveiliging op het station, overal stonden zwaar bewapende mannen met Kalasjnikovs. Ik denk dat het averechts werkt, het geeft juist géén gevoel van veiligheid. Angst is misschien  veel gevaarlijker dan de aanslagen. Ik moest daarover schrijven, eigenlijk ontstond tijdens die treinrit door Vlaanderen het idee van ‘Dromers en dwazen’. De dromer en de dwaas zijn hele goede vrienden, maar soms kunnen ze ook heftig in gevecht zijn. Het zijn twee uitersten die min of meer niet zonder elkaar kunnen.

Idealen

Stel je voor, je hebt idealen, je wilt ze verwezenlijken, maar dat lukt niet omdat je er niet voor vecht. Dat maakt een dromer dan weer een dwaas. Ik wist van tevoren eigenlijk al dat ik er twee delen van wilde maken, in dromers, de positieve gedichten en natuurlijk ook liefdesgedichten. In dwazen, de maatschappijkritische werken en gedichten over pijn en afscheid. Het gaat over belangrijke beslissingen die ik heb moeten nemen, soms moet je daardoor afscheid nemen van mensen omdat ze je creativiteit willen beïnvloeden. Toen ik dat eenmaal gedaan had kwamen er weer gedichten, sterker nog, ik had nog nooit zoveel inspiratie gehad.

Een nieuwe dichtbundel

Ik stond in de platenzaak Blue Music van Geert Bloupot in Kampen. We hadden het over de dood van Bowie en de nieuwe plaat van Frank Boeijen. Edwin Brugman van het Full Color Festival liep de zaak binnen. Hij vroeg of ik wilde optreden op het festival. Ik vertelde dat ik met een nieuwe bundel bezig was en dat als ik goed doorwerk het afkomt voor 18 juni, zodat ‘Dromers en dwazen’ op het festival gepresenteerd kan worden. Het werd krap, maar dankzij de hulp van mijn goede vrienden Silvia van Hout en Boudewijn Berends, die de cover voor zijn rekening nam, was het allemaal gelukt.

Mensen om mij heen zeiden tegen mij ”Nog een dichtbundel? Zou je dat nou wel doen?”. Het antwoord is ja. Sommige dingen moeten er gewoon uit, dat was met ‘Dromers en dwazen’ ook het geval. Ik ben blij dat het eruit is, zo ga je weer verder en kun je een hoofdstuk afsluiten. Ik denk dat deze bundel een soort van drempel was waar ik op stond. Ik kon teruggaan, maar ook verdergaan en mijn jeugd achter mij laten. Dat was verwarrend, later verhelderend. En de toekomst? Ach, dat zien we verder wel. Ik kijk uit naar nieuwe creatieve samenwerkingen, misschien een nieuwe bundel, iets met muziek of totaal iets anders, dat maakt niet uit. Ik ben dankbaar dat ik dit allemaal heb mogen doen. Ik had dit niet kunnen dromen en als ik dat wel had gedaan, was ik misschien meer dwaas dan dromer geweest

Vincent Corjanus juni 2016

‘Dromers en dwazen’ bestellen? 

VincentCorjanus_D&D_Incl_titel.jpg