Een nieuwe begin

Ik dacht dat ik het wel kon. 
Misschien was het ook gewoon geen goed idee.
Ik wist het stiekem ook wel.
Stronteigenwijs, een familietrekje.
Daar ligt mijn boekenkast,
in het trappengat.
Met in het midden van de kast,
de leuning van de trap.
Dwars erdoorheen.
Leuk hoor.
Verhuizen.

Ik blijf in Kampen wonen. Om eerlijk te zijn had ik plannen om naar Zwolle te emigreren, het leek mij wel praktisch. Het twijfelen begon toen ik met een goede vriend door de stad liep op een verkouden zondagmiddag. ‘’Vincent, kijk om je heen. Hier wil je toch niet weg.’’ Hij had gelijk. Ik reis overal heen, toch er gaat niets boven thuis komen in het vertrouwde Kampen. De Nieuwe Toren, De Stadsbrug, mijn lievelingskroeg aan het water en natuurlijk het bankje aan De la Sablonièrekade,  waar ik inmiddels twee liefdes heb versleten. Wat een herinneringen.

Mijn telefoon doet kut. De barsten in het scherm belemmeren mij om te bellen naar mijn vader. Of ik vanmiddag nog even ga schuren in mijn nieuwe kamer. Ja, pap. Is goed. Maar straks even, oké?

Uit de boxen knalt ‘Blonde on Blonde’ van Bob Dylan, een cadeautje voor mijn 22e verjaardag. Wat een plaat, wat een teksten, wat een legende! Vorige week zag ik hem live in Amsterdam. Met open mond luisterde ik naar de wonderlijke melodieën en zijn krassende stem. Ik klink bijna hetzelfde vandaag, veel feestjes gehad, maar dan wel hele mooie feestjes.blogjeee2

Ik wil nog even gitaar spelen voordat ik aan mijn schuurklusje begin. Struikelend over dozen en tassen baan ik mij een weg naar mijn lieve Fender.  Nog even dat liedje proberen over alles wat voor mij ligt. Ik weet zelf ook wel dat ik geen goede gitarist ben, of een groot zanger. Frank Boeijen zei ooit: ’’Muziek is emotie.’’ Amen. Meer heb ik er niet aan toe te voegen.

Ik zei dat alles goed was
Maar de realiteit was gevangen
Ik had alles zoveel eerder moeten zien
Jij was daar en gaf mij het licht  
 
Hier ben ik weer
Mijn hervonden gevoel
Ik zie jou daar in het licht
En ik leef
Weer opnieuw

Ik tape het gat aan de achterkant van de boekenkast nog even dicht voordat ik wegga. De schade lijkt mee te vallen. Wie weet wil de kast nog een paar jaartjes mijn boeken dragen. Welke schrijvers zullen er nog bij gaan komen? Komt er nog een boekje van mijzelf bij? We shall see.

De deur gooi ik met een klap achter me dicht, terwijl de zonnestralen mijn gezicht strelen. Een nieuw begin is zo slecht nog niet.

 

De dromer en de dwaas

Het ontstaan van een dichtbundel

Schrijven is voor mij ontzettend belangrijk, het is een uitlaatklep, iets waar ik op kan terugvallen. Ik kan niet dichten op commando, als ik dat wel doe wordt het geforceerd. Ik noem het inspiratie. Wanneer ik dat heb, vallen de woorden vanzelf op het papier. Het is prettig om dingen van je af te schrijven, soms werkt het helend,  zorgt het voor nieuwe inzichten, maar meestal geeft het gewoon een lekker gevoel, zelfs wanneer het gedicht compleet mislukt is, niet alles hoeft immers gepubliceerd te worden toch?

Creatief doodgebloed

Toen in september 2015 ‘Sporen van de zon’ uitkwam, was ik creatief doodgebloed. Dat heb je soms. Ik besloot dat ik voorlopig niks meer ging publiceren. Echter gebeurden er veel dingen in het Westen. Ik moest erover schrijven, de woorden stroomden uit mijn pen. Maar ook schreef ik over politieke dilemma`s en over de angstzaaierij in de media.

Samen met Roberto Kist, een hele goede vriend en zielsverwant, waren we onderweg met de trein naar Antwerpen. We zagen daar de heftige beveiliging op het station, overal stonden zwaar bewapende mannen met Kalasjnikovs. Ik denk dat het averechts werkt, het geeft juist géén gevoel van veiligheid. Angst is misschien  veel gevaarlijker dan de aanslagen. Ik moest daarover schrijven, eigenlijk ontstond tijdens die treinrit door Vlaanderen het idee van ‘Dromers en dwazen’. De dromer en de dwaas zijn hele goede vrienden, maar soms kunnen ze ook heftig in gevecht zijn. Het zijn twee uitersten die min of meer niet zonder elkaar kunnen.

Idealen

Stel je voor, je hebt idealen, je wilt ze verwezenlijken, maar dat lukt niet omdat je er niet voor vecht. Dat maakt een dromer dan weer een dwaas. Ik wist van tevoren eigenlijk al dat ik er twee delen van wilde maken, in dromers, de positieve gedichten en natuurlijk ook liefdesgedichten. In dwazen, de maatschappijkritische werken en gedichten over pijn en afscheid. Het gaat over belangrijke beslissingen die ik heb moeten nemen, soms moet je daardoor afscheid nemen van mensen omdat ze je creativiteit willen beïnvloeden. Toen ik dat eenmaal gedaan had kwamen er weer gedichten, sterker nog, ik had nog nooit zoveel inspiratie gehad.

Een nieuwe dichtbundel

Ik stond in de platenzaak Blue Music van Geert Bloupot in Kampen. We hadden het over de dood van Bowie en de nieuwe plaat van Frank Boeijen. Edwin Brugman van het Full Color Festival liep de zaak binnen. Hij vroeg of ik wilde optreden op het festival. Ik vertelde dat ik met een nieuwe bundel bezig was en dat als ik goed doorwerk het afkomt voor 18 juni, zodat ‘Dromers en dwazen’ op het festival gepresenteerd kan worden. Het werd krap, maar dankzij de hulp van mijn goede vrienden Silvia van Hout en Boudewijn Berends, die de cover voor zijn rekening nam, was het allemaal gelukt.

Mensen om mij heen zeiden tegen mij ”Nog een dichtbundel? Zou je dat nou wel doen?”. Het antwoord is ja. Sommige dingen moeten er gewoon uit, dat was met ‘Dromers en dwazen’ ook het geval. Ik ben blij dat het eruit is, zo ga je weer verder en kun je een hoofdstuk afsluiten. Ik denk dat deze bundel een soort van drempel was waar ik op stond. Ik kon teruggaan, maar ook verdergaan en mijn jeugd achter mij laten. Dat was verwarrend, later verhelderend. En de toekomst? Ach, dat zien we verder wel. Ik kijk uit naar nieuwe creatieve samenwerkingen, misschien een nieuwe bundel, iets met muziek of totaal iets anders, dat maakt niet uit. Ik ben dankbaar dat ik dit allemaal heb mogen doen. Ik had dit niet kunnen dromen en als ik dat wel had gedaan, was ik misschien meer dwaas dan dromer geweest

Vincent Corjanus juni 2016

‘Dromers en dwazen’ bestellen? 

VincentCorjanus_D&D_Incl_titel.jpg

Amsterdam, jij wordt nooit saai

Die trouweloos van aard als ik is
Eens Amsterdam verried
Hij vindt geen rust
Aleer zijn schuld
Gedelgd is met een lied
En waar hij zwerft
En wat hij zoekt
Vindt hij ter wereld niet
Voordat hij weer de duiven
Rond de Westertoren ziet.’

Jan Campert – Amsterdamsch Lied 1951

Ik luister naar Een Lichte Vrouw van Herman van Veen uit 1984. Van Veen citeert Jan Campert met een frase uit ‘Een Amsterdamsch Lied.` Dat het slechts een stukje uit het gedicht is, wist ik niet.
Een  gevoel van  melancholie bekruipt me wanneer ik Een Lichte Vrouw opzet. Zowel muzikaal als tekstueel is het een waar pareltje.
Wanneer de laatste klanken van het lied wegsterven, denk ik terug aan al die keren dat ik op Amsterdamse bodem verkeerde.
Ik zal een jaar of vier geweest zijn toen ik met mijn ouders voor het eerst naar Amsterdam ging. Of ik mij dat nog herinner? Vage flitsen, de regen in de straten, een teddybeer bij het vertrek van een vertraagde intercity.
Misschien is daar wel mijn haat-liefdeverhouding ontstaan voor de Nederlandse Spoorwegen. Toch moet ik toegeven dat ik zonder de trein nergens kom, ook niet in Amsterdam.

Man, man wat ben ik altijd weer blij wanneer de trein het Centraal in rijdt. Welcome back!
Amsterdam doet iets met je. De stad leeft, misschien is dat ook wel wat mij zo aanspreekt. Het is er anders. Hier kun je heerlijk ongestraft mensen kijken, inspiratie opdoen en volledig uit je plaat gaan.
Amsterdam, jij wordt nooit saai. Telkens ontdek je er weer nieuwe dingen.
Maar keer op keer komt het moment dat de laatste trein vertrekt…

‘Straks ben ik niet in deze stad
Maar denk er toch weer aan terug
Dan denk ik hoe ik zomaar
Haring at op een ronde brug.’

Herman van Veen – Een Lichte Vrouw 1984